Verstandig omgaan met paard en pony – Wouter Slob

Zuid Boekprodukties B.V., Lisse. 1990

‘Robuuste paarden’

Wouter Slob heeft een voor zijn tijd afwijkend boek geschreven. De gangbare paardenboekenschrijvers gaan uit van het principe ‘stalpaard’ in de tijd dat hij dit boek schreef. Paarden buiten houden was nog niet zo normaal als nu. Paddock Paradise bestond nog niet. Alleen shetlanders werden zomer en winter buiten gehouden en een kleine clubje mensen die IJslandse paarden hield. IJslanders en Shetlanders zijn robuuste pony’s die hier tegen zouden moeten kunnen, andere paardenrassen niet, was de algemene opvatting.

Zo rond 2000 of iets later begon er heel voorzichtig een andere stroming te komen. Meer mensen zochten naar een plek om hun paard meer paardwaardig te kunnen stallen. Meer buiten lopen of zelfs dag en nacht, zomer en winter. Nu in 2020 zijn er heel wat pensionstallen te vinden die de meest prachtige concepten aanbieden. Google maar eens op Equihabitat, Paddock Paradise, etc.

Wat zei meneer Slob hier over in 1990?
Hij refereert naar een maandblad Freizeit im Sattel van Ursula Bruns (geen jaartal of uitgever genoemd). Zij legt uit wat een ‘robuust paard’ is en wat deze nodig zou hebben.
Ze geeft aan dat paarden juist wind en weer nodig hebben om zo gezond mogelijk te kunnen leven. Dit omdat het van oorsprong een steppedier is. Het heeft zich aangepast aan strenge koude en grote hitte met alle gradaties daartussen. Van alle huisdieren kan het paard het best tegen grote temperatuurwisselingen!

‘Een stal doet denken aan dierenmishandeling’

Stelt Bruns in haar blad. Dit omdat het paard gemaakt is om snel grote snelheden te ontwikkelen en dit over lange afstand vol kan houden. Een paard voedt zich door langzaam te grazen. Door hierbij steeds te blijven stappen drukken de ingewanden steeds samen en zetten weer uit, zodat het voedsel verteerd wordt.

‘Een stal is een kwestie van status en niet van doelmatigheid’

Een stal zou indruk moeten maken op anderen, laten zien hoeveel geld je bezit, een statussymbool. Schoongeveegde pleintjes en koperen knoppen op het hekwerk van de stal. Allemaal zaken waar het paard niks aan heeft. Het paard komt op de tweede plaats.

Ongezond
Een paard zou in de natuur nooit zo dicht bij zijn mest verblijven. Dit is de oorzaak van vele gezondheidsproblemen, zoals luchtweg- of hoefaandoeningen.
Het hele gestel van het paard is erop ontwikkelt om de hele dag door te bewegen en dat kan niet in een stal.

Psychische uitwerking
Een paard in een afgesloten box voelt zich niet lekker bij zo weinig beweging. Hij.voelt zich ziek en wordt geestelijk ziek en vaak onbetrouwbaar.

Hoe dan?
En dan nog een paar praktische tips van Wouter Slob in dit hoofdstuk:

Een paard zomaar buiten laten is niet ‘robuust houden’. Het is net zo goed dierenmishandeling om een paard in een weiland zonder beschutting te zetten en alleen dagelijks een pluk hooi in de modder te gooien. Wat heb je minimaal nodig?
* Een (overdekte) schuilgelegenheid met de opening niet in de gangbare windrichting.
* Een droge uitloop waar je de mest dagelijks weg haalt.
* Vers water te allen tijde ter beschikking.
* In de winter het paard niet zeiknat in het zweet rijden en terug op de wei gooien. Eerst een beetje af laten koelen, evetueel laten rollen en dan pas terug zetten.
* De staart niet netjes knippen aan de bovenkant; deze is nodig om de gevoelige achterste lichaamsdelen te beschermen.

Verder lezen?
Dit was het hoofdstuk ‘Robuuste paarden’. Wouter Slob behandeld in zijn boek ‘Verstandig omgaan met paarden en pony’s’ verder nog de volgende hoofdstukken:

1 De stal
2 Robuuste paarden
3 Open stallen en schuilplaatsen
4 Gezondheid en ziekte
5 Lichaamstemperatuur, koorts en andere zaken
6 Composteren van mest
7 Gezondheidszorg het hele jaar door
8 Kreupelheid
9 Over haren en verhalen
10 De voeding
11 De weide
12 Giftige planten
13 Over poetsen en wassen
14 Het opnemen van een been
15 Bandageren
16 Toiletteren
17 De hoef, zijn verzorging en beslag

In een volgende blog zullen we hier zeker meer van behandelen, want meneer Slob liep zijn tijd wat paarden buiten houden ver vooruit.


Hooi, voordroog en kuil

Ruwvoer
De brandstof van je paard. Om de kachel brandende te houden heeft een paard goed en voldoende ruwvoer nodig. Zeker met dit natte en ineens koude weer. Het is soms een beetje een gedoe om het te regelen. Maar wat voelt het goed als je weer een flinke stapel binnen hebt gesjouwd. Het is vaak een gezellig, landelijk samenzijn van vrienden of buren hier! Goed hooi zorgt voor een gezond paard. Mijn ervaring is dat je daar niet op moet bezuinigen. Echt, op de lange termijn spaar je dierenartskosten uit!

Hooi
De droogste versie van ruwvoer is hooi. Daarna volgt voordroog (bijna droog hooi, ingepakt) en daarna kuil(gras). Dat laatste wordt meestal aan koeien gevoerd.
Hooi kan bestaan uit heel veel verschillende soorten groen. Goed paardenhooi bestaat niet uit hooi dat afkomstig is van een mest kunstmest of drijfmest bemest koeienweiland dat ook nog eens bestond uit alleen klaver en Engels Raaigras. Wil je het echt bemesten dan met organische mest.

Goed paardenhooi bestaat uit allerlei soorten groen (grassen en kruiden). Het liefst wil je het eiwitarm en cellulose rijk. Dit bereik je door het gras eerst uit te laten groeien en in het zaad te laten schieten, voordat je het maait. Natuurlijk is het land niet bespoten met chemicaliën.
Het is niet ingepakt. Dus het is echt hooi en geen voordroog of kuil. Zodra je hooi in gaat pakken worden er allerlei processen in gang gezet. Het kan gaan fermenteren en broeien. Dat vindt een paardenbuik niet zo fijn. Er ontstaat kans op koliek.

Mijn ervaring met gras en hooi van een met kunstmest en drijfmest bemest land is niet zo’n goede. Mijn haflinger kreeg enorme jeuk. Hij kon door al dat wiebelen, schudden en jeuken niet meer normaal voor de wagen lopen. Op het moment dat ik op ander gras en hooi over ging was de jeuk met twee weken weg.

Meer lezen?
www.goedpaardenhooi.nl
Google op ‘paardenhooi’





Uitmesten en de mesthoop

De blog van vandaag gaat over:

POEP!

Mest dus, paardenmest, uitmesten en de opslag en verwerking ervan.
Wat heb je überhaupt nodig om uit te kunnen mesten?

Basisuitrusting:
Kruiwagen
Mestboy
Mesthoop of – container
Paardenmest.. poep dus.

Nu wat genuanceerder..
De kruiwagen wordt elke dag gebruikt, dus die is alleen voor de mest. Voor het hooi en de tuin koop je natuurlijk zo’n leuke roze of groene.

Fancy plastic kruiwagen te koop in elke bouwmarkt, Welkoop en Boerenbond en andere dier- en tuinbenodigingswinkel.
Een ijzeren kruiwagen heeft als nadeel dat hij snel roest in de regen. Onze kruiwagen staat nu echter zo’n twee jaar buiten en doet het nog prima. Voor het behoud van je materiaal is het aan te raden om het binnen te zetten.
Sterke plastic kruiwagen met 2 wielen voor.


Voor het zwaardere werk zou ik een kruiwagen aanschaffen met twee wielen voor. Die is stabieler. Een paarden-bemoei kan deze minder goed omduwen! Want dat is waar paarden goed in zijn: lekker tegen je kruiwagen aan schurken en hem dan (zich nergens van bewust) vrolijk omduwen. ‘Huh? Wat gebeurt er nu? Ik deed niks, hoor?’ (onschuldige-ogen-smiley).

Mestvork
De mest laat zich op het zand het makkelijkst verwijderen met een paardenmestvork. Daar zijn echter best verschillende soorten in de vinden. Die op de foto hieronder is van hout met metaal en daardoor best zwaar! Voor een paar drolletjes uit het zand zeven vind ik hem minder geschikt. Ik moest hem echter uitproberen, want de plastieken versie hiervan was gebroken (verkeerd gebruik..). De ijzeren is wel handig om grote stukken hooi/stro/mest te verplaatsen. Die van plastic is handig om de mestballen uit het zand te zeven.

In de stal op de betonnen ondergrond gebruik ik de schep van de mestboy samen met een kinderharkje van de Lidl. Die schuift lekker makkelijk de mest op de schep. Verder is een sneeuwschep erg handig. Die pak ik erbij als de paardjes gezellig rondjes hebben lopen dansen in de stal als het buiten heeft geregend.

Mesthoop of -container
Wij hebben een mestcontainer gehuurd. Deze wordt op afroep geleegd door een vrachtwagen met happer.
De container heeft een klep met gasveer en een inloopklepje.

Onze container kan 6 kuub mest hebben. Ze zijn in allerlei maten en soorten te krijgen. Met klep, zonder, met zeil, et cetera. Deze met klep is redelijk waterdicht. De klep gaat makkelijk open door de gasveer. We hebben nu wel een rubber mat voor de klep liggen, zodat de kruiwagen er makkelijker op kan rijden. Anders was de klep te hoog en moest ik deze er achteruit op rijden.

De mest wordt door het materiaal van de container en de zon die erop schijnt warm. Dat leken mij de ideale omstandigheden om hot-composting uit te proberen.

Hooinet ophangen

Deze versie is makkelijk te maken, stevig en makkelijk te vullen. Dat laatste is heel fijn als je in de winter met bevroren vingers je hooinetten wilt vullen.
Het enige wat je nodig hebt zijn: 3 palen of balken, een aanhangwagennet, isolatoren, schroeven en 2 binnenbanden van een fiets.
Lees hier hoe je dit handige net maakt: Doe-het-zelf

Een ander soort slowfeeder:



Struiken en bomen: welke zijn wel of niet geschikt voor paarden?

Takkenwal
Een takkenwal om je paardenwei staat landelijk. Het is meteen een plek waar je je snoeiafval kwijt kunt. Het is zeker een heel duurzaam idee! Hoe je deze kunt maken, lees je hier:

Artikel: Takkenwal of houtril

Struiken en bomen
Struiken en bomen zijn een goede schuilplaats voor allerlei kleine dieren. Denk aan vogels, vlinders en andere insecten, kleine knaagdieren, enzovoorts. Vroeger lagen er om de akkers en landen vele heggen en wallen. Dat is helaas flink veranderd. Voor ons een kans om wat terug te doen voor de natuur. Om een groot deel van je land of paddock kun je verschillende planten neerzetten. Je kunt ze zo plaatsen dat de paarden ervan kunnen snoepen als ze wat groter worden. Een aantal planten en bomen hebben voor paarden heerlijke bladeren en takken. Het fruit moet met mate gesnoept worden in verband met de suikers erin. Sommige struiken hebben nog een functie, zoals de vlier; deze houdt vliegen op afstand. Dubbel fijn voor paarden om in de buurt te hebben dus!

Struiken die je kunt gebruiken rond een paardenwei of -paddock
– Haagbeuk
– Meidoorn
– Hazelaar
– Bamboe
– Rozenbottel
– Frambozen
– Bramen
– Wilg (knotwilg, schietwilg)
– Vlier

Bomen die geschikt zijn bij een paardenwei of -paddock
– Knotwilg
– Zwarte of witte Els
– Moerbij
– Tamme kastanje
– Mispel

Giftige bomen die je echt NIET bij de paardenwei moet planten
– Taxus (zeer giftig)
– Buxus (zeer giftig)
– Esdoorn (zeer giftig)
– Beuk (giftig)
– Eik (giftig)
– Gouden regen (giftig)
– Pseudo-Acacia (valse Acacia/Robinea, giftig)
– Zwarte walnoot (giftig)
– Rhodondendron (giftig)
– Paardenkastanje (matig giftig)
– Fruitbomen (matig giftig)

Esdoorn
Wij hebben kortgeleden een boom weg laten halen die pal naast de weide stond. Van deze boom is ondertussen bekend dat de bladeren, zaden en zaailingen giftige stoffen kunnen bevatten voor paarden. Dit was een Esdoorn. Er zijn verschillende soorten Esdoorns en ze zijn niet allemaal giftig. Deze was dat hoogstwaarschijnlijk wel; want het was de verkeerde soort, namelijk de Gewone Esdoor (Acer pseudoplatanus L.)

Op www.paardenarts valt het volgende te lezen over Atypische myopathie (AM) die de stof die op deze Esdoorns aangetroffen kan worden kan veroorzaken:

Atypische myopathie (AM), ook wel weidemyopathie, een levensbedreigende spierziekte bij paarden, is relatief kort geleden ontdekt en daarom is er ook nog vrij weinig over bekend. Inmiddels is wel met zekerheid vastgesteld dat er een direct verband is tussen AM en hypoglycine A. Dit is een stof die kan worden aangetroffen in esdoornbladeren en -zaden (gevaar in de herfst: afvallend blad en zaad), als ook in esdoornzaailingen(gevaar in het voorjaar: kiemen, kiemplantjes, spruiten).


Bronnen:
www.paardenarts.nl
www.paardenplant.nl

Takkenwal of houtril

Een takkenwal is een goed idee voor mens en dier! Het heet ook wel houtril. Het is een plek waar je je snoeiafval kwijt kunt en een schuilplaats voor kleine dieren. Het is ook een schutting. Pony’s kunnen er uit de wind staan als je het een beetje handig plaatst.

Tips uit onze praktijk:
– Tik een paar paaltjes in de grond op zo’n 30 tot 50 centimeter uit elkaar. Dat hangt er vanaf hoe breed je de wal wilt maken. De hoogte hangt natuurlijk af van de hoeveelheid takken die je hebt en hoe hoog je zelf wilt gaan. De palen moeten ongeveer één derde de grond ingeslagen worden.

– Leg de dikke kant van de takken in de richting van waar de meeste wind vandaan komt.

– Zorg dat er geen giftige takken gebruikt worden waar paarden bij kunnen.

– De takkenwal zal uiteindelijk gaan verteren van onderaf, daarom moet je hem af en toe aanvullen.

Via Google vind je een aantal voorbeelden en filmpjes om meteen aan de slag te gaan.
Veel plezier met het bouwen van de takkenwal!

Thermoregulatie

Je denkt al heel snel dat een paard het koud heeft als wij het zelf koud vinden. Niets is echter minder waar. De ‘thermoneutrale zone’ geeft aan binnen welke temperatuur het lichaam geen extra energie verbruikt om de lichaamstemperatuur op peil te houden. Bij de mens ligt deze thermoneutrale zone tussen de 18 en 25 graden. Bij het paard echter tussen de -5 en 20 graden.

Er zijn namelijk een paar grote verschillen tussen het paard en de mens. De meest in het oog springende is dat het paard behaard is. Deze vacht wordt onder invloed van de dalende temperaturen en de kortere daglengte langer en dichter. Zodra het lichaam te koud dreigt te worden zet een paard de haren rechtop, zodat er lucht tussen de haren wordt gevangen. Deze lucht isoleert.

Ook de van nature aanwezig vetlaag op de huid isoleert. Net als mensen kunnen paarden regelen hoeveel bloed er langs de huid stroomt om af te koelen. In verhouding tot de mens heeft een paard echter drie keer minder oppervlak ten opzichte van zijn gewicht. Hierdoor is het warmteverlies dus veel beperkter.

Een paard heeft bovendien een veel hogere warmte productie. Dit komt doordat het een planteneter is. Het voer wordt in de blinde darm gefermenteerd, een verteringsproces door middel van micro-organismen die in de darm aanwezig zijn. Hier komt veel warmte bij vrij.

Gelezen in: Paard & Leven (KNHS, FNRS, Voor Ruiter & Koetsier, UItgave 4, Winter 2010.
Bewerkt en herschreven door: www.paardenbuitenhouden.nl

Lint, koord, draad, gaas…?

De keuze is enorm! Je keuze begint bij de dieren. Welke dieren moeten er achter de afrastering blijven? Kleine of grote of allebei?
Ga uit van de kleinste diersoort. Het is ook fijn als een paardenhoef niet door het de gazen omheining heen kan gaan en vast kan blijven zitten. Kies je voor gaas, dan moeten de mazen dus flink kleiner dan de hoef zijn. Wil je ooit een veulentje fokken, dan moet je daar bij je keuze dus nu al rekening mee houden, want een veulenhoef is een flink stuk kleiner dan een volwassen paardenhoef!

Je kunt ook kiezen voor schrikdraad of koord. Houd je echter shetlanders, dan moet je heel wat draden spannen om ze binnen te houden. Of een combinatie maken van draad en planken.

Heb je alleen grote paarden dan is het eenvoudiger. Die blijven vaak achter een enkel draadje. Of je moet een Haflinger hebben, haha! Dan kun je er beter meerdere spannen.

De kudde, het sociale gedeelte

Paarden leven van oorsprong samen in groepen, kuddes. Ze functioneren samen het best:
de kudde reageert als één op gevaar. Een paard alleen voelt zich niet fijn. Er zijn landen waar het verboden is om een paard alleen te houden en dat is eigenlijk heel logisch. Wat is er nou mooier dan een kudde paarden te zien rennen of spelen?

Vriendjes zijn dus belangrijk voor een paard. Een paard alleen wordt ongelukkig en gaat allerlei rare gewoontes ontwikkelen. Zeker als het ook nog alleen op stal staat is de kans groot dat je paard gaat kribbebijten (op de rand van de voerbak bijten) of weven (heen en weer bewegen van het hoofd, steeds maar weer), luchtzuigen, et cetera. Heel naar om te zien en nog vervelender voor het paard. Het krijgt er ook nog allerlei pijnlijke klachten van.

Tuurlijk zijn er allerlei hulpmiddelen voor dit soort stalondeugden te vinden in winkels, maar wij zien het liefst dat we dit kunnen voorkomen. Veel is op te lossen door de paarden niet individueel te stallen en daarnaast te zorgen voor voldoende ruwvoer.


Omdenken

Traditioneel werden paarden gestald in een individuele box. Voor de rij met boxen was een met klinkers bestraat strookje waar je de paarden aan een balk vast kon zetten. Daar kon je poetsen en opzadelen. Dan liep je naar de bak en ging je dressuur rijden.

Paarden buiten houden ziet dat graag anders!
Het concept: Deur eruit, hek erom, paarden los.

Van de stallen maak je één grote stal en je haalt de deuren eruit. Of je zet ze open met een goede haak. Plaats een omheining om het stuk verharding en maak een poort richting de bak of paddock. Water bij de stallen en hooi in de paddock en laat de blije paarden maar los.

Je kunt het vervolgens zo mooi en uitgebreid maken als je zelf wilt, maar het principe van Paarden buiten houden is simpel. Deur eruit, hek erom, paarden los. Zijn je paarden dit niet gewend dan vergt het enig nadenken en aanpassingen. Meer hierover kun je lezen in een volgend artikel over het sociale gedeelte en eventuele aanpassingen daarvoor. Denk bijvoorbeeld aan een draadje tussen twee groepjes paarden die nog aan elkaar moeten wennen.